Zelf aas kweken

MEELWORMEN



Benodigdheden
Meelwormen zelf kweken op een moderne manier.
Neem een paar kunststof bakken van ca 40 x 30 x 10 cm. Daarnaast enkele bakken van ca 50 x 40 x 10 cm. Dat komt echt niet op de cm aan, echter de hoogte moet min. 10 cm zijn. Ook zijn randen, deksels en gaas onzin. De bakken kunnen kruislings gestapeld worden. Men koopt 5 ons meelwormen, zemelen en doet dit in een grote bak. De bak vullen met ca 1 à 2 cm zemelen. Meelwormen erin en bijvoeren met sla of witlof of geraspte wortel of geraspte appel of gekookte aardappel. Nooit rauwe aardappel! Van dit voedsel niet teveel tegelijk en zeker niet elke dag. Verwijder daags erna restanten. Strooi dun zemelen bij wanneer die op zijn.

Starten van de kweek
Men laat de meelwormen verpoppen. De larven raap je er uit en verzamel deze in een klein bakje. Als men er ca 150 à 250 hebt zullen ze na ca 14 à 21 dagen uitkomen en worden het torren. De enige reden van het bestaan van de kevers is; paren en eieren leggen, dus voor de voortplanting zorgen. De larve zelf is niet tot voortplanting in staat.
Leg er enkele sla- of andijviebladeren in, die dienen dan als schuilplek. Daar zullen ze de eieren leggen. Na ca 14 dagen gaat de zemellaag ”leven", d.w.z. de laag zit vol glaswormpjes. Dan weer voeren zoals boven, maar aangepast aan de bakjes.
Wanneer je met een temperatuur vanaf 18° werkt is de cyclus ca 3 tot 5 maanden. Ga je naar 24 à 25° zal je tussen de 6 à 8 weken 3 x zoveel hebben gekweekt als je in het bakje hebt gedaan. Breng na dat er beweging kwam (glaswormpjes) op ca 4 weken de hele inhoud over in een grotere bak. Dit om kannibalisme te voorkomen.
Torren hebben een opbrengst van ca 6 à 8 weken leg, daarna gaat het bergafwaarts. Om te voorkomen dat de wormen, de larven en de torren uitdrogen zet men een bak water in de ruimte (niet in de bakken!). Wanneer men met te veel bakken kweekt ontstaan er meelmotjes. Voorkom dat door eenmaal per week de bakken te controleren op strengen. Verwijder die in zijn geheel. Daar zitten de eitjes van de motten in. De larfjes hiervan vreten aan de meelwormen en aan de meelwormlarfjes.
Eigenlijk kan men zeggen: als je goed ventileert en je hebt voldoende vocht, dan ontstaat er ook geen meelmijt.

{mosimage}

Droog en luchtig
Dus, droog en luchtig is een vereiste voor het in leven houden van de kevers en het kweken van de meelwormen. Voeg ook daarom nooit rechtstreeks vocht toe aan de zemelen. Een normale droge kamertemperatuur van 20° C zou ideaal zijn. Te hoge temperaturen kunnen meer kwaad dan goed doen. (dit als je te weinig voert en geen bak water neerzet) Een lage temperatuur kan het groeiproces vertragen, maar men kan vaststellen dat de larven dan toch blijven leven.

Verversen
Natuurlijk dient men regelmatig de gebruikte zemelen te verversen.(laat de zemelen helemaal opeten, voor je ververst) Dit kan het best gebeuren door het ziften van de zemelen, doch pas dan wanneer de jonge meelwormen groot genoeg zijn en niet mee door de mazen van de zeef vallen. (gebruik de maaswijdte van een fijne keukenzeef) De daardoor ontwikkelde kevers kan men dan weer uitnemen en gebruiken om een nieuwe kweekbak aan te vullen. Tip; doe de oude kevers in een verzamelbak, met zemelen. Het levert altijd nog wat op.


De hele cyclus van de meelworm, van eitje tot kever bedraagt, afhankelijk van de temperatuur zo'n 3 á 5 maanden.




MORIO’S

{mosimage}

Kweekbak
Een volglazen aquarium van 50cm*30cm*30 cm of een plastic doos van ongeveer het opgegeven formaat is voldoende. Bij het gebruik van volglazen aquaria moeten deze van een dekruit worden voorzien. De larven kruipen langs de siliconen randen omhoog. Toch dient er gezorgd te worden voor verluchting! Indien het kweekbakje op een heldere plaats staat, is het aan te raden de wanden te verduisteren. Beschikt men niet over een verwarmde ruimte voor het plaatsen van het kweekbakje, dan moet het bakje voorzien worden van een verwarmingssysteem met regelbare temperatuur. De ideale temperatuur ligt omstreeks 30° c


Bodem en voedsel
De bodembedekking wordt bij mij als volgt samengesteld:
de helft zaagsel (afkomstig uit een boomzagerij) en de helft uit turf. Het geheel moet goed vochtig worden gehouden en 5 tot 7 cm dik zijn. Op deze bodemlaag komt grove boomschors. Ik gebruik wilgenschors, maar het mag gerust ander schors zijn, op voorwaarde dat ze zeer ruw is en veel kieren en spleten bevat. Deze schors wordt naast en op elkaar gelegd, zodanig dat de bodem goed afgedekt is om het uitdrogen van de bodemsubstantie tegen te gaan.
Het voedsel kan bestaan uit : maïskolf, vleesresten, en zacht geweekte honden- of kattenbrokken. Niet te veel in eenmaal voeren , maar bijvoorkeur zorgen dat het voer elke dag verorberd word.


Cyclus
De duur van de cyclus bedraagt een 25 tal weken. Om de kweek te starten neem ik 50 pas ontpopte kevers. Deze leggen dan hun eieren af, meestal ergens tussen de ruwe schors, maar ook wel in de bodem. Na reeds een viertal weken kan ik larven waarnemen.In het begin af en toe besproeien, om de zaak vochtig te houden, maar in een later stadium mag dat achterwege gelaten worden, want dan wordt de bodem vochtig door de voedseltoegifte.Wanneer de larven ongeveer een 5 cm lang zijn, moet er een stronk vermolmd hout in de kweekbak worden aangebracht. Een blok piepschuim geeft ook goede resultaten. De larven, die aan verpoppen toe zijn,gaan zich in dit hout of piepschuim invreten en verpoppen er. Wanneer de kevers te voorschijn komen moet je die overbrengen naar een andere kweekbak.


Bijzonderheden.
De larven zijn bijna een jaar te bewaren, zonder dat ze verpoppen, door ze te houden bij een temperatuur van 15° c in grof boomzaagsel. Bijvoeren met maïskolven en de zaak droog houden.

MESTPIEREN

{mosimage}

Allereerst hebben we een geschikte bak nodig. Zeer handig hiervoor is een kattenbak vanwege de open schuine deksel die hierop zit. Deze verhindert de pieren om uit de bak te kruipen en kost niet veel. Andere geschikte bakken zijn houten boxen, wastobbes, of andere gesloten containers. Er mag geen licht in kunnen. Ze moeten ongeveer 100 x72 x 40 cm zijn. Ze moeten wel waterdicht zijn en behandeld tegen vocht en schimmels.

In deze bak legt men vanonder een laag vochtige turf vermengd met wat tuingrond. Gebruik goede aarde om te starten. Meng hierdoor 1/3 organisch materiaal. (verrot of dode vegetatie). Vermijd zandige of kleigrond. Vul de bak met ongeveer 20 tot 25 cm aarde. Maak de aarde vochtig maar niet nat. Wormen voeden zich hoofdzakelijk met cellulose. Deze grondstof is te vinden in papier. Gebruik hiervoor oude kranten, maar verwijder alle glanzende kleurenreclames en week de papiersnippers in leidingwater.

Bovenop de grond met turf, kunnen we nu ons fruitafval en koffiedrap kwijt. Mestpieren vinden koffiedrap een ware lekkernij. Voeg ook ander voedsel toe: b.v. ½ kilo proteïne rijk voedsel zoals gemalen varkens of kippenvoer gemengd met ¼ kilo varkensvet of goedkoop fijngemalen groenten en dit in de bovenste 8 cm aarde. Hier kan men ook maïsmeel aan toevoegen.

Kweekt men zelf mestpiertjes, dan kan men ze een mooie rode kleur geven door gesneden rode bieten onder hun voedsel te vermengen. Wil men zoete mestpiertjes dan mengt men afval van appels en druiven onder hun voedsel.

Na een week kan men een stuk of tien grote pieren in de bak zetten, die na ongeveer drie á vier weken al enkele honderden (kleine witte) nakomelingen zullen hebben. Ondanks dat regenwormen mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen bezitten moeten regenwormen toch paren om zich te kunnen voortplanten. Eieren worden gevormd in een slijmerige buis die wegglijdt over de worm zijn hoofd en die een cocon of capsule vormt die de eieren uitbroedt.Uit de eieren ontwikkelen zich zeer kleine wormen en deze kruipen eruit wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Cocons variëren in grootte en vorm en zijn ongeveer tussen een halve tot bijna 1 cm groot.

De kweekbak moet in een frisse, beschermde plaats staan. Men plaatst de bak best ergens waar het tussen de 18°C en 25°C is (bv in kelder naast verwarmingsketel). De vochtigheid van de bak houdt je op peil met een plantensproeier. Onderhoud de kweek bij een temperatuur van 15 tot 18 °C gedurende de koudste dagen door de kweekbak te bedekken met een kartonnen doos. Zorg voor een thermometer. Warmte kan voorzien worden door een lamp te plaatsen binnen de kartonnen doos. Wees voorzichtig dat er geen brand ontstaat. Jonge wormen zullen dan vijf tot zes weken na het “planten” uitkomen.

Voorzie een goede drainage door middel van kleine openingen bedekt met een fijn raster. Hou de grond vochtig (maar niet nat) door te sproeien.

Wormen moeten regelmatig gevoed worden. Per maand geeft men een kwart kilo per 30 cm³ kweekruimte. Eén of twee keer per week voedsel geven is voldoende want voedsel dat niet opgegeten wordt zal de grond verontreinigen. De vochtigheid van de grond blijft voldoende hoog wanneer er bevochtigd wordt telkens als er voedsel wordt toegediend.

Wanneer er pieren bovenop de grond komen liggen of eruit willen kruipen, scheelt er iets en kan je best opnieuw beginnen.

Om geurhinder te voorkomen van het rottende afval kan je het geheel afdekken met een laag gedroogde bladeren.

Best maak je ieder seizoen een nieuwe kweekbak. De door de pieren verwerkte grond is zeer goed voor bloemen en kamerplanten.

Je moet wel in het oog houden dat de bak niet verzadigd raakt met pieren, want anders zal er massale sterfte optreden. Sommige snelgroeiende wormen zijn na drie tot vier maanden volwassen. Op hun beurt starten ze dan hun broedcyclus. De eieren worden gelegd op de bovenkant van de aarde met een maandelijkse interval. Iedere eicapsule bevat 5 tot 15 baby wormen. Wanneer gestart wordt met twee broedbedden zal er reeds geoogst kunnen worden binnen vijf maanden en vanaf dan kan men blijvend oogsten.

Wanneer men zeer veel pieren nodig heeft, kan men in plaats van de kattenbak ook een grotere bak bv. een hobbydoos nemen.

De wormen kunnen verzameld worden door de bak leeg te maken en de wormen met voldoende grootte te sorteren. Sommigen verwijderen de wormen uit de grond door de grond te verhuizen naar een 10 liter emmer waar deze dan 30 minuten blijft staan. Doe de bovenste laag van de grond terug in de kweekbak en de meeste wormen zullen achter blijven op de bodem van de emmer. De aarde kan bewaard blijven en overgezet worden naar een nieuwe box want de eicapsules zijn klaar om een nieuwe kolonie te beginnen. Ongebruikte wormen kunnen ingezet worden als verwekkers.

Voordat je met de wormen gaat vissen kan je ze eerst nog voor een dag of vier in sphagnum mos plaatsen om zich te reinigen. De wormen zullen dan bijna doorschijnend maar ook levendig en een beetje ruw worden.

De wormen kunnen het best bewaard worden bij een temperatuur van 8-10 °C.