Een veel gebruikte techniek is het zogenaamd slepend forelvissen (het langzaam en gelijkmatig binnenhalen van de vislijn). Omdat de forel een roofvis is die regelmatig gaat jagen is het beter om je aas in beweging te brengen. De forel zal eerder een bewegend aas pakken dan aas dat roerloos in het water ligt. Echter vang je op sommige dagen meer als je het aas stil laat liggen (passief forelvissen). Nu gaat het hier over technieken die je kunt toepassen als je actief (slepend) op forel wilt vissen. Dit is toch de meest gangbare manier om forel te vangen. Je kunt op 2 verschillende manieren slepen, met of zonder dobber. De keuze hiervoor verschilt per persoon en is moeilijk te onderbouwen. Helemaal als je kijkt naar het aantal mogelijkheden.
- Drijvende werpgewichten / Dobbers: Buldo's, transparante dobbers, Piloot dobbers, Ping Pong, Voorgeloode Trout Wagglers, Dobber voor verre worpen, Drijvende Sbirulino's
- Zinkende werpgewichten: Ghost/GlasTubes, Ghost/Glas Kralen, zinkende Sbirulino's, Crazy Rattler, Ghost Wartellood, Schuiflood, Hagellood en Tremarella lood
Kortom, keuze genoeg. Of misschien teveel keuze? Geen paniek, we gaan je helpen de juiste keuzes te maken op het juiste moment.
De keuze kun je af laten hangen van onderstaande vragen:
Â
Uitgangspunt moet altijd zijn dat je zo licht mogelijk wilt vissen om een zo natuurlijk mogelijk je aas aan te bieden, zodat je ook de meest passieve/luie forel kunt vangen. En zoals we allemaal weten kan een forel heel passief in het water liggen. Je kunt gooien wat je wilt, maar totaal geen reactie. Waarom zou je dan toch soms voor zwaar moeten kiezen? Nou, bijvoorbeeld als je op zeer groot water zit en je worpen van 50 meter moet maken om bij de forel te komen. Dan is je basis uitrusting zwaar. Een zwaar werpgewicht vraagt om een zware hengel die deze krachten aan kan en verre worpen voor een lange hengel (liefst rond de 4 meter). Dan kies je meestal voor een zware Match Hengel met een stugge actie. Hierbij wordt de onderlijn erg belangrijk. De onderlijn geeft je de ruimte om wel ultra licht te forelvissen op grote afstanden. Je hoofdlijn is 20/100 terwijl je onderlijn 14/100 is. Als je verre worpen moeten maken, op diep water en de forel zit op 1 meter diepte, dan is een dobber de enige logische keuze. Kies hier voor dobbers waar de hoofdlijn door het midden van de dobber gaat, zodat die vrij op je lijn kan lopen en de forel de minste weerstand voelt. Is het ondiep water tot een meter of 3, dan kun je ook kiezen om zonder dobber te vissen. Je kunt een heel arsenaal van werpgewichten hier inzetten. Je aas zal nu zinken, maar als je pop-ups gebruikt of aas dat uit zichzelf een groot drijfvermogen heeft, denk aan forellendeeg van Berkley, dan zal je aas stijgen naar de gewenste diepte. Met een dobber pak je de forel van boven en met een zinkend werpgewicht van onderen. Nadeel bij laatste techniek is dat je deze meestal gebruikt bij passief forelvissen. Je kunt wel de forel opzoeken door iedere keer 1 meter lijn binnen te trekken en hem dan 10 minuten laa tliggen. Zoals eerder aangegeven zal het aas altijd in beweging zijn als een forel die pakt. Dit kan door een lichte stroming zijn of als er een forel langszwemt en het geheel in beweging brengt. Forel zwemt meestal in kleine scholen, waardoor de achterliggende forellen het bewegend aas pakken. Deze methode vraagt alleen iets meer tijd om een groot stuk water af te vissen. Ook kun je vast komen te zitten met je werpgewicht als er veel waterplanten op de bodem zitten. Voorwaarde voor deze techniek is dat de bodem vrij is. Wil je nu sneller het oppervalk afvissen en/of weet je al dat de bodem smerig is, dan is de dobber voor verre afstanden de beste keuze. Ze zijn ontworpen voor verre worpen en door hun boei vormige lichaam zullen zijn erg veel extra actie geven bij golvend water. Nog belangrijker is dat ze erg veel wind pakken en hierdoor gaan driften. Gebruikt een lange onderlijn tot 3 meter met hierop een piloot dobber om de diepte van het aas te regelen.
Ten tweede bepaald de type vijver welke techniek voor actief forelvissen je het beste kunt inzetten. Zit je op klein en ondiep water met een schone bodem en geen obstakels in het water? Dan kun je gerust met een kort (1,5 tot 2,1m) en ultra light (0-5 gram) spinhengel aan de slag. Als je niet verder dan 5 meter hoeft te werpen, dan kun je werpgewichten van 0,5 tot 1,5 gram gebruiken en dobbers van 0,5 tot 1,5gram. Dobber voor verre afstanden of die erg driften is hier niet de oplossing. Je wilt dobbers die stabiel zijn tijdens het slepen en zinkende werpgewichten die niet te snel zinken. Denk hierbij aan langzaam zinkende Ghost tubes en Sbirulino's.
Het is bij slepend vissen belangrijk om niet in het midden van de school te werpen maar er overheen. Dit om deforel niet af te schrikken. Omdat de forel een roofvis is moet het de tijd krijgen om zijn prooi te vangen. Daarom is het belangrijk om rustig te slepen en niet snel aan te slaan.
© Tekst Trout Fishing Networks / fotografie: Trout Fishing Networks